Verjaardag

  1. Manga teken boeken (manga meisjes tekenen en manga tekenen vrouwelijke figuren & karakters heb ik al)
  2. Barbie’s (kleding/schoenen/kenpoppen)
  3. Tekenspullen (posca coloring, faber castell (light flesh 9201-132)
  4. Netflix
  5. Knuffels
  6. Topmodel
  7. Fantasiemodel
  8. Ylvi and the minimoomi’s
  9. Snoep
  10. Lego friends
  11. washi tape & gummmen
  12. Geronimo Stilton fantasia (1,2,3 & 4 heb ik al)
  13. Dagboek van een muts ( alles t/m 10 heb ik al)
  14. sylvanian family’s

Bewakers Van De Dageraad

Het Eerste Hoofdstuk…

‘Ik herinner me het allemaal nog heel goed, en ik kan het nog precies navertellen…’

“We moeten ons verdedigen!” riep Generaal Omnobori. Ze was gaan staan “Rustig, Zusje,” zei Commandant Laga en ging ook staan “we hebben eerst versterking nodig.”

‘We zijn terug naar het verleden, op de dag waneer alles begonnen was. Op de plek waar de vergaderingen gehouden worden.’

“We wachten eerst op de anderen.” Laga keek naar Omnobori “Trouwens we hadden een vergadering voor al dat “ongedierte” weet je nog?” De deur zwaaide open. Omnobori draaide zich geschrokken om en Laga keek naar achteren. Het was Commandant Guren die deze discussie zo grof verstoorde. Hij kwam naar binnen strompelen en ging zitten. “En? Hebben jullie al een manier bedacht?” vroeg hij en wreef over zijn schouder. “Ik, eh…” stamelde Omnobori en keek schuin naar benden alsof daar het antwoord lag die ze nodig had. Laga keek naar Guren “Nog niet…” zei ze met haar vinger op de kaart. Ze wees namelijk de Stad Olus aan, waar het wemelde van het “ongedierte”.

‘In die stad staat een eeuwenoud kasteel waarvan de mensen zeiden dat het bewoond werd door wezens die de mensen angst opjoegen, nu zijn er alleen vleermuizen… tot een week geleden…’

‘Het was al erg genoeg dat er per dag tientallen mensen stierven in de Stad Olus, maar zoals elk kwaad wilde het nog meer steden overnemen.’

De Stad Olus…

Overal werden de nachten steeds langer en langer, en bij de Stad Olus kwam er na de nacht helemaal geen dag meer.

“We moeten naar de Stad Olus om te kijken wat daar allemaal aan de hand is. En wat dat “ongedierte” is.” iedereen keek naar Laga, die nadenkende pose nam. Omnobori keek weer naar de kaart “Is wat die mensen zeggen eigenlijk wel waar?” zei ze met haar ogen nog steeds gericht naar de kaart.”Dat moeten we uitzoeken. Nou verzamel de troepen, het is tijd voor een tripje naar de Stad Olus!”

Zo gezegd zo gedaan. Maar wie had gedacht dat ze de Stad Olus zo zouden aantreffen…’

‘Alles was verlaten. Elk gebouw was een ruine geworden, lantaarnpalen waren omgebogen, hele stukken van straten waren eruit gerukt en waren ergens anders neergesmeten, bomen lagen met wortels en al op de straatweg en voertuigen… auto’s, bussen, fietsen, ze waren overal en nergens… het leek wel alsof auto’s in gebouwen waren geslingerd.’

“Toen ze zeiden dat alles vernield was, overdreven ze echt niet!” zei Omnobori met open mond. “Sistina kijk of er nog overlevenden zijn!” Laga keek naar een meisje met lichtpaars haar ,die ongeveer een hoofd kleiner was. Sistina pakte met haar handen het heft van het zwaard. En ging weg, tussen de ruines zoeken.

Ze kwam later met een gewonde terug. Hij zag er niet goed uit: de helft van zijn voet was opengesneden, had twee grote krassen op zijn gezicht en overal waar hij liep, liet hij een bloedspoor achter. “Wat kunnen we hieraan doen? Laga keek naar de gewonde. “Uitzoeken wat de oorzaak hiervan is.” zei Guren. “Ik ga wel met een groep soldaten kijken.” Omnobori wou al weggaan. “Wacht! Dat is te riskant.” Guren keek naar Omnobori en Laga en greep zijn zwaard. “We gaan met z ’n allen, zodat we elkaar kunnen verdedigen.”

‘En ze gingen met z ’n allen op weg. En er gebeurde niks totdat…’

“Bukken!” riep een jongen uit de voorste rij, en gooide het meisje en de jongen naast zich op de grond. En ineens was er een geluid dat je hart deed stilstaan. “IEEIEE!” velen deden hun oren dicht en de enkele die hun oren niet afschermden vielen neer op de grond. “Wat gebeurt er?” Omnobori probeerde te kijken wat er aan de hand was. Ze stond op en lag meteen weer op de grond. “Generaal Omnobori!” werd er heel paniekerig geroepen. Omnobori lag kreunend op de grond, en verroerde zich niet. Ze bleef maar naar de lucht staren alsof ze daar een monicus had gezien, en op haar voorhoofd had ze een grote rode plek.

‘Het bleek dat Omnobori een Konsupijl in haar voorhoofd had gekregen. En moest ze nu snel naar de ziekenboeg om het te laten verzorgen, zodat het mengsel van gif en Nachtvalm niet verder in haar lichaam zou verspreiden. Er mocht geen vuil in de wond komen. Daarvoor moesten ze naar de heler en tegelijkertijd magier: Kono.’

“Kono! We hebben je hulp nodig! Kono?”

‘Kono was niet bij de ziekenboeg. Maar waar was ze wel?’

School Van Nogorisch

‘Commandant Laga en Commandant Guren stuurden een paar soldaten om Kono te zoeken.’

“Kono waar ben je? Kono?!” Laga en Sistina keken paniekerig rond. “Commandant Laga?” vroeg Sistina “Weet u misschien of er ook een andere heler is die ons kan helpen?” Laga schudde met haar hoofd. “Ik weet het nie-” “Commandant Laga! Commandant Laga! We hebben een spoor van Kono gevonden!” Noba kwam hijgend aanrennen en viel bij Laga en Sistina bijna neer van vermoeidheid. “Bij de vervallen School Van Nogorisch. We hebben daar voetstappen van Kono ontdekt.” puffend zakte Noba in elkaar. Sistina hielp hem overeind, Laga keek naar de troepen en riep:”Maak je klaar om naar de School Van Nogorisch te gaan.” Laga’s stem echode, toen de echo stopte liep Laga naar Guren. “We moeten Omnobori zo snel mogelijk verzorgen, anders redt ze he-” “Guren we hebben sporen van Kono!” zei Laga enthousiast. Guren keek op, verbaast dit keer. Daarna verscheen er een grote glimlach op zijn gezicht.

‘De School Van Nogorisch was ver weg, daarom waren ze er ook twee en een half uur mee bezig om daar naar toe te komen. En toen ze bij de school waren, was het al tegen tienen.’

“Ik hoop dat we Kono snel vinden.” zei Guren en nam een slok water uit zijn veldfles.”We vertrekken meteen nadat Kawaiin met haar groep is teruggekomen.” Laga ging bij het het vuur zitten. “Zeg Sistina, waarom ben jij eigenlijk niet op weg met een groep?” Guren keek haar vragend aan. Sistina werd helemaal rood, “Dat komt omdat… ik de rillingen van deze plek krijg.” Sistina ging naast Laga zitten. Guren staarde naar het vuur. “We zullen Kono wel vinden…” zei hij binnensmonds.

‘Iedereen ging slapen. En de volgende ochtend gingen De commandanten en de soldaten de School Van Nogorisch binnen. Er was niets meer van de school over, alleen een ruine.’

Noba en Guren probeerden een grote puntige steen weg te duwen die in de weg lag. “Willen jullie echt niet dat ik help?” zei Laga met verontrustende blik op Noba en Guren. “Nee. D-it is ma-mannenwerk.” zei Guren vermoeiend en kreunend. Laga schudde zuchtend haar hoofd en liep op ze af. “Ga is opzij, dan doe ik het zelf wel.” Guren en Noba gingen opzij, en Laga ging het nu proberen. *PAF* de steen was op zijn zij gevallen en er was een doorgang vrijgekomen. Je kon er een donkere ruimte zien. Het waaide en je kon er lastig lopen door de afgebroken en afgebrokkelde stenen. Commandant Guren liep naar binnen en struikelde daarbij ook wel een paar keer. “Erger dan dit kan het niet worden.” mopperde Noba achter Commandant Guren aanlopend. Laga volgde hen, vooral omdat ze ongelukken wou voorkomen. “Commandant? Moeten er niet een paar soldaten buiten wachten? Gewoon voor de zekerheid.” Sistina keek vragend naar Laga, die voor zich keek en doorliep. “Dat lijkt me een goed idee, Sisti-” Ineens hoorden ze gelach, vrolijk kindergelach. Sistina en Laga renden geschrokken naar Guren en Noba. “Wat gebeur-” “Sssst!” Guren bracht zijn vinger naar zijn mond. Laga deed haar mond stijf dicht. Laga liep dichter naar ze toe. Guren keek nu weer ergens anders naar. Hij stond tegen een steen aangeleund, kijkend achter de steen. Er kwam een zwak lichtschijnsel achter de steen vandaan. En gefluister. Laga leunde wat meer naar voren om te beter te kunnen zien wat daar was, maar in plaats van dat ze het beter kon zien struikelde ze over de voeten van Noba. “Oeps.” Noba stak een hand uit om Laga te helpen.

Kono

‘Toen pas kwamen ze erachter dat Kono daar zat met zeven kinderen. Ze zaten met z’n achten om een vuurtje dat op het punt stond om uit te gaan. En toen Kono Laga, Guren, Noba en Sistina zag liep ze blij naar ze toe.’

“Wat ben ik blij jullie te zien!” Kono omhelsde de verbaasde Laga. “J-ja, ik o-ook.” stamelde Laga. Guren, Noba en Sistina kwamen ook tevoorschijn. “Kono?” vroegen ze allemaal tegelijk. Kono glimlachde, en riep vrolijk:”Kijk, dit zijn Zeo, Gari, Licass, Ozvaria, Nez, Ce en…” Kono keek vragend naar een jongen in de hoek. “Ik heet Nasim.” zei hij glimlachend. “Ja, dat was het! Sorry Nasim.” Kono kon het gewoon niet verdragen als ze iets vergeten was. “Wat doe je hier Kono?” Laga keek naar Kono.”Kono, waarom heb je niet gewoon gezegd dat je ergens heen ging?” Guren begon een beetje chagrijnig te worden, hij hield niet van zoeken en wachten, dat wist iedereen wel. “Ik wist zelf eigenlijk ook niet dat ik naar deze plek zou gaan.” zei Kono. Noba begreep het niet, maar dat maakte niet uit. Ze hadden Kono gevonden en alles bleek goed met haar te zijn. Laga schrok ineens. “Kono, Omnobori is gewond! Kun jij haar helpen?” Kono knikte. “Laten we dan maar dan maar vlug naar haar toe gaan!”

Tales of Fioona

Fioona

‘Hoi ik ben Fioona!!! Welkom bij mijn vlog!!! Ik, Fioona, ben een SUPER-SCHATTIG konijntje met hele grote oren, ik woon in een GIGANTISCHE CAKE op de plank van de buren van Sanyí en Akasha!!! Vandaag ga ik naar een pretpark dat Zeeland heet en ik heb er heel veel zin in!!!!!!!!!!!!!!’

Hoofdstuk 2

3 woorden:

EEN KWELLENDE MARTELING!!!!!!!!!!

Na 2 uur rijden (in een auto met dropwielen en snoeptoeters) kwam ik aan bij Zeeland!

‘Ik sta nu voor de deur van Zeeland en wow wat is het hier DRUK!!! Ik heb nog nooit zoveel soortgenoten gezien op een plaats!’

Kneintje, mijn kleinere zusje, was ook mee. We hupten naar de kassa, waar een paarse druiven vrouw zat. En lieten onze toegangskaartjes zien en hupten meteen al naar de oesterbaan, dat was de nieuwste achtbaan! Het leek me superleuk!!

‘Wauw wat een LAAANGE rij! Ik heb net geteld en ik zit straks vooraan!!! HEB ER ZIN IN!!!’

Eindelijk, ik was aan de beurt.

Vrouw:’Het spijt me maar Kneintje is te knein, sorry, klein.’ Fioona:’Zeg mevrouw heb ik jou daarnet ook niet bij de kassa gezien????’ Vrouw:’Nee dat was mijn zus Druif. Ik ben Ddruif.’ Fioona:’Maar jullie zien er hetzelfde uit alleen jullie muts is anders!’ Vrouw:’Ik zeg je: DAT WAS MIJN ZUS DRUIF!!!!’

Na dat gesprek was ik gauw naar mijn stoel in de achtbaan gelopen.

Ik liep dus naar mijn plek en rook aan de stoel… en ineens ging de stoel dicht! MET MIJN HOOFD ER NOG IN!!!!!!!!!!! De lange rij met karretjes bewoog zich omhoog, en omhoog, en omhoog, en hoger, en nog hoger, totdat we boven de wolken zaten!!! En toen gingen we naar beneden! Het zou leuk geweest zijn als mijn HOOFD niet klem zat in de stoel.

Toen ik uit de achtbaan ging, was ik duizelig. En toen Kneintje vroeg wat er gebeurd was wou ik er NIET over praten. En ik werd al misselijk toen ik aan de oesterbaan dacht! En dan zou Kneintje alles weten wat er gebeurd was in de oesterbaan, en dan zou ik me heeeeeeeeeeeel vernederd voelen en heeeeeeeeeeeeeel vernederd zijn! Gelukkig wou Kneintje niet in een achtbaan maar in een zweefmolen. Ik voelde me heel opgelucht, maar toen ik de zweefmolen zag, werd ik al zweefmolen-ziek! Misschien denk je nu: Hey, zweefmolen-ziekte bestaat NIET! MAAR VOOR MIJ WEL!!!! Ik zat in de zweefmolen en ik had grote spijt dat ik daar in ging. Voor mij kon die hele pretpark-toestand naar de maan lopen!

Nacht van de Wintermaan

Training

Het was weer tijd voor de training. Ik heet Janai, Janai Illusser om precies te zijn. Mijn moeder riep me dat ik op moest staan, niet dat ik luisterde… ik was namelijk vreselijk moe. Ik ben toch opgestaan, anders was mijn moeder mijn kamer in gegaan en had me een kopje kleiner gemaakt! Toen ik beneden was zei mijn moeder:”Ik heb toch gezegd dat je op moest staan!” “En ik heb niet geluisterd.” Zei ik spottend. Mijn moeder leek woedend en dat was ze ook, ze gooide me uit huis en toen zei zij grijnzend:”Je bent laat voor de training, majesteit.” Ik ging boos op weg naar de training. Het was zo als altijd weer druk in het dorp, logisch het was bijna de vierde Wintermaan… dat vieren we hier altijd elk jaar. Ik kende de weg helemaal uit mijn hoofd, dus ik was er snel. Ik zag mijn leraar en die stond niet zo blij te kijken. Toen ik er was ging ik in het rijtje staan. Ik keek wie we nog misten…Dyna, die was er nog niet! Het was eigenlijk niet zo vreemd, ze kwam gewoonlijk ook altijd te laat (zoals ik dus). Kijk, daar kwam ze al aan. We gingen beginnen. Eerst deden we een rondje oefenen met de dolk en daarna met het zwaard. Toen deden we steeds een duel. Het was erg leuk. Thuis was het erg saai, mijn vader was er nog niet en ik kon niet zo veel leuks doen. Gelukkig was mijn zusje er wel en kon ik haar plagen dat ze weer een 4,5 voor de training-toets had. Helaas was mijn broer er ook, dus hield ik mijn mond maar (grrr). Mijn vader was er, we gingen eten. Overmorgen was het de vierde Wintermaan, en onze familie had nog steeds geen voorbereidingen getroffen. Ik had nog het idee om mijn kleine broertje een kopje kleiner te maken, want hij was namelijk altijd vervelend! Jammer genoeg mocht dat niet (pfff). Er kan hier ook helemaal niks bijzonders of onverwachts gebeuren.

Wintermaan

Het was de dag voor de Wintermaan, vanavond zal er weer voor de zoveelste keer de Wintermaan opkomen, joepie (erg sarcastisch bedoeld). Ik had er nu al 194 Wintermanen zien opkomen… keer vier (elk jaar komt de Wintermaan op, vier keer! Daarom ben ik zo blij… ook weer sarcastisch bedoeld), het begon echt heel erg saai te worden! Wij zouden een deel van het lekkers voorbereiden, en een illusie-elf zijn, heeft ook zijn voordelen… want ik heb in plaats van jamtaartjes, koekjes, cirkel-sinaasappelen en nacht-bramen, slakken en wormen gebruikt! Dylai, Efier en Sylvan keken me argwanend aan, maar ik zag gewoon dat ze precies hetzelfde aan het doen waren. Ik keek ze boos en lachend aan, we schoten allemaal in de lach! Mijn vader en moeder keken verbaast de keuken binnen. Tja ze wisten natuurlijk niet wat er aan de hand was, en dat was maar goed ook! De nacht was aangebroken. De Wintermaan kwam op. Als je wilt weten waarom de Wintermaan zo belangrijk en mooi is moet je nu goed luisteren: De Wintermaan is een normale volle maan, alleen dan lijkt het alsof je de maan twee keer ziet, dat je altijd een regen van vallende sterren ziet en dat je in de nacht van de Wintermaan ook mysterieuze fluittonen hoort… het is prachtig om te beleven! Ik keek om heen, om te zien of Dyna ergens was. Ze stond een eindje verderop bij de Lichte Kliffen. Ik sloop naar haar toe. “Zullen we naar de Zwarte Grotten gaan?” Vroeg ik fluisterend . “Waar Kita woont? Vroeg Dyna, ik knikte.

Zwarte Grotten

Dyna en Ik slopen naar de Zwarte grotten. Het was er stikdonker, je kon er gewoon geen hand voor ogen zien! Eindelijk, onze ogen wenden aan het donker. Eens zien… we zagen nergens Kita… raar. Gelukkig zag Kita ons wel. “Wat doen jullie nou weer hier, op dit tijdstip? Jullie zouden nu toch naar de Wintermaan kijken.” Zei Kita verbaast en geergerd. “We zouden inderdaad naar de Wintermaan kijken, maar dat begon erg saai te worden… en we hadden gewoon zin om jou te plagen.” Zei Dyna terug. Kita wierp een boze blik naar Dyna toe, die meteen al een stapje achteruit zette. Nu was het mijn beurt om wat te zeggen:”We kwamen alleen om jou te vragen of je zin had om wat kattenkwaad uit te halen.” Er verscheen een brede grijns op Kita’s gezicht, ze liep naar de uitweg van de Zwarte Grotten en dat betekende: Ik doe mee! We renden achter haar aan, we zochten naar Errif, want die kon pas echt stout doen! We vroegen of hij mee wou doen met ons plannetje, hou wou wel! Alleen op een voorwaarde, dat hij afleiding mocht doen, en dat vonden we goed. Kita en Errif gingen diegenen afleiden die we wouden afleiden (stomme kwajongens dus, die we al een hele tijd een lesje wouden leren). En Dyna en ik stolen de sleutels en de lunch, en ruilden die voor nepsleutels en neplunch (slakken en wormen dus). Je had hun gezichten moeten zien! Ze waren woest! Ze renden boos achter ons aan! We wisten ze af te schudden en doken de struiken in. We waren veilig… maar… Dyna wenkte ons, we kropen naar haar toe zonder enkel geluid te maken. We keken de kant op die Dyna wees en… maar hoe? De Wintermaan was helemaal duister…hij was niet zo helder als hij normaal moest zijn!

Iets vreemds

We keken wat beter, nee… onze ogen bedrogen ons niet! De maan was helemaal niet meer zo helder als al die andere jaren! “Misschien is de Wintermaan gewoon moe.” Grapte Errif. “Geen goed moment voor grapjes!” Zeiden Dyna, Kita en ik boos. Errif gilde! “Kij kij kij kij…” Stotterde hij. “Jij hebt echt een tik van de molen gekregen!” Zei Kita met een grijns. “Ik ben echt niet enige hoor, kijk maar!” Zei Errif naar de maan toe wijzend. Toen gilde ik ook. “Errif heeft gelijk… kijk!” Riep ik overstuur! Kita en Dyna zaten daar maar naar ons te kijken met een verbaast gezicht, maar toen gingen ze toch kijken. Hun verbaasde gezichten gingen over naar een bange blik. We gingen de andere dorpelingen waarschuwen, maar niemand wilde ons geloven. Kadischa liep rustig naar ons toe en zei:”Ik zal je een wijze raad geven: Ga niet meer liegen, want door het liegen gelooft niemand je nu meer.” “En wat moeten wij met deze wijze raad?” Vroeg Kita boos. “Nou, in dat domme hoofd van jou prenten!” Antwoordde Kadischa woedend terug. En zo gingen ze door met ruzieen. Kita stak haar tong uit en zei:”Wie heeft hier nou een dom hoofd?” “Jij natuurlijk! WIE ANDERS?!” Zei Kadischa. “O JA?! Kijk JIJ dan maar eens in de spiegel!” Snauwde Kita terug, en ze deed er nog een schepje bovenop (met een grijns natuurlijk):”We lijken zo op elkaar dat niemand het merkt als we naast elkaar staan… behalve dan dat jij een grotere neus hebt en hele grote tenen, OH en dan die stank!” Kadischa was helemaal op haar teentjes getrapt, en zei toen terug:”O JA?! Eens even zien… jij hebt gigantische oren, een heel groot hoofd en… wat een vreselijke voeten!” “Wat je zegt ben je zelf!” Zei Kita spottend! Kadischa zuchtte:”*zucht* Jij bent echt onmogelijk.” “ECHT WAAR?!” Vroeg Kita een beetje verontwaardigt maar ook wel grijnzend. Ze wouden bijna weer opnieuw beginnen als Errif niet tussenbeide was gekomen. “En nu ophouden!” Zei hij ongeduldig. Kita en Kadischa schrokken een beetje, Kadischa wou er op in gaan, maar Dyna en ik wierpen een boze blik naar haar toe. Kadischa liep geergerd weg. Dyna en ik zuchtte opgelucht. Nu moesten we iemand zoeken die ons wou geloven. Er kwam iets aan wat heel het dorp zou kunnen verwoesten!

De verwoesting

We konden niemand vinden… en over een paar tellen zou die vallende vuur ster hierheen komen, en dat zou heel gevaarlijk worden! We keken nog een keer naar de ster, nog maar een paar minuten en het zou het hele dorp in de as leggen! We waren opgesplitst, en we waren allemaal een andere kant op gegaan Dyna en ik naar de Lichte Kliffen, Kita naar de Zwarte Grotten en Errif naar de Oneindige Oceaan. Errif was nog niet bij het dorp teruggekomen waar we hadden afgesproken. Hij zou wel een of ander gesprekje begonnen met een van zijn “vrienden”. We moesten het maar zonder hem stellen want die ster was erg dichtbij gekomen! Maar zonder Errif konden we eigenlijk ook niks doen. We gingen Errif zoeken, hij moest ergens bij de Oneindige Oceaan zijn. Toen we daar waren was er niemand te zien… ze waren waarschijnlijk allemaal naar de Wintermaan aan het kijken. Ik keek nog eens naar de ster, over ongeveer een minuut of acht zou het in aanraking komen met het dorp! Ik hoorde wat geritsel, ik spitste mijn oren om het beter te horen… het kwam van een struik bij dat ene bos daar. Ik deed mijn vinger voor mijn mond omdat Kita iets wou zeggen. Toen Kita en Dyna zagen wat ik bedoelde, luisterde ze ook. We slopen naar de struik waarvan we dachten dat het daar vandaan kwam en keken… tot onze grote verbazing zat Errif daar! Hij zat daar maar een verveelt te kijken. Het zag er erg grappig uit, daarom dat we onze lach niet in konden houden, we proestten het uit en Errif lachte mee! Ik stopte met lachen toen ik de ster weer iets dichterbij zag komen. Ik tikte Kita aan die trouwens naast me stond. Zij stopte ook met lachen en keek naar de ster, toen ze keek me aan. We wouden Dyna en Errif waarschuwen maar toen hoorden we het! De ster was neergekomen en hele dorp stond in brand! We renden erheen de meeste van de elven waren gevlucht!

Muntjes

We zagen dat het dorp helemaal in brand stond…”We hebben het geprobeerd” Zei Errif naar z’n voeten starend. “WAAR ZIJN DIE STOMME ZONNEVUUR ELVEN EN OCEAANGOLF ELVEN ALS JE DIE NODIG HEBT?!” Riep Kita boos. “Eh, ik ben een oceaangolf elf…” Zei Errif met een kwade blik naar Kita, die meteen ging grijnzen alsof ze een gemeen plan had. Ze keek verschrikt achterom want daar kwam geluid vandaan. Tot onze verbazing kwam Acrita daar tevoorschijn. Ze had haar twee grote broers achter zich. Ze keken een beetje eh hoe moet ik dat zeggen… tja boos. Levt nam het woord:”O ja? Ik wist niet wat mevrouw wilde.” En Magmen vervolgde:”Trouwens Errif hier heeft ook niet echt veel gedaan.”Zei hij boos. “Ik heb het toch ook geprobeerd?!” Riep Errif kwaad naar Magmen. Acrita kwam tussenbeide:”OPHOUDEN!” Errif en Magmen zeiden niets meer. Dyna keek naar de brand.”Brand… alles staat in brand.” zei ze, starend naar de vlammenzee. “ECHT WAAR!?” Vroeg Kita sarcastisch. We keken allemaal kwaad naar Kita. “Hier is het niet veilig, de brand zal naar alle andere hoeken van dit land gaan. We moeten weg.” Zei Levt. “O, we zouden de Oneindige Oceaan op kunnen gaan en hopen dat we dan eindelijk land zien O NEE dat kan niet die oceaan is oneindig!” Riep Errif paniekerig. Levt zei:”We hoeven die oceaan helemaal niet op als we ander land kunnen vinden!” “Maar er is behalve dit gigantische eiland verder helemaal GEEN land!” Zei Magmen. “Nou dat is niet helemaal waar…” Mompelde Levt. “Wat?! Dus er is WEL land hier om heen?!” Schreeuwde Magmen in Levt’s oor (erg vervelend, want wij hebben best grote oren). “Nee, dat niet…” Magmen’s gezicht betrok. “Maar er zijn wel andere werelden!” WAT?! Waarom verteld niemand mij eens wat? Dacht ik toen, ik heb toch ook het recht om iets te weten?! Levt vervolgde:”Om van plek naar plek te riezen heb je wel iets nodig…” “WAT DAN?!” Riepen we allemaal tegelijk. “…nou, het soort muntjes wat grootmoeder altijd in haar kast had liggen.” “Die muntjes die ik altijd gebruikte als donut?” Vroeg Acrita naar Levt kijkend.”Ja die, ja..” Zei Levt met een geiriteerd gezicht. “Ahum,” Acrita en Levt keken allebei naar Dyna “eh, wij zouden ook wel willen weten waar jullie het over hebben.” “Nou, onze oma had altijd een paar “donutjes” in haar kast..” Mompelde Magmen naar Levt kijkend. “En daarmee kon je naar een andere plek reizen!” Vervolgde Levt vrolijk. “Alleen als we naar een andere plek reizen kost dat de helft van onze energie.” Letvt zei het langzaam, zodat iedereen van ons ( inclusief Kita en Errif ) het hoorden. “Oh kom op! Dat lukt ons wel” Zei Magmen met een blik op MIJ. Ik voelde me, als ik eerlijk moet zijn, ERG BELEDIGD! Ik had zin om zijn botten te breken, hem door elkaar te schudden, zijn haar uit zijn hoofd te trekken en om zijn vingers te kneuzen! MAAR ik deed het niet. Errif zag mijn gezicht en vroeg:”Janai, waarom kijk je zo gefrustreerd?” Keek ik gefrustreerd? Echt niet! Misschien een beetje… MAAR dan ook echt een beetje! Ik probeerde een normaler gezicht te trekken, dat dus niet lukte. Gelukkig zei Errif dan ook niets meer over mijn gezicht (waarschijnlijk omdat ik per ongeluk een boos gezicht trok…). En omdat ik de hle tijd met mijn gezicht bezig was, miste ik het anderhalve gesprek. Dus toen ze zeiden We gaan! Dacht ik WIE?! WAT?! WAAR?! HOE?!

Het verhaal van Ellis

Een boom en een blauwe plek

Het was een donkere avond, het bliksemde, regende en donderde. Ik zat onder een boom, niet de beste optie als het bliksemde. Ik heet Ellis trouwens. Ik woon in het dorpje aan de voet van de vulkaan. Mijn beste vriendin is Emy, ze is ook gewoon een meisje zoals ik en eet precies hetzelfde als ik. Rode kool met doperwtjes, en net als ik klaagt ze continu. Van mijn ouders moet ik altijd voor het eten thuis zijn, dat gaat deze keer niet echt lukken. Ik ben eigenlijk wel blij, want ik vind het eten niet bepaalt het lekkerste van de wereld. Maar nu moet ik proberen een andere schuilplaats te zoeken, als dat maar niet onder een boom is of thuis. Ik zou wel naar Emy willen, maar die ligt al wel te slapen, of zit ook onder een boom. Ik wou dat ik geen boswandeling had gemaakt, maar daar kan ik nou geen nee tegen zeggen. Ik hoorde gekraak, in de boom, en toen viel er iemand uit, een meisje net zo groot als ik, toen viel dat meisje…op mij?! Hee, het was Emy! Blijkbaar zat ze dus in de boom! Emy zat ook verbaast te kijken, waarschijnlijk dacht ze precies hetzelfde als ik, maar dan dat ik onder de boom zat in plaats van in de boom. We gingen naast elkaar zitten in plaats van op elkaar, want dat was wat makkelijker om te kletsen. We hadden allebei niets bereikt, behalve dan een blauwe plek. We gingen praten, na een kwartier dan. Het eerste wat ik zei was:”Hallo.” En het eerste wat zij zei was precies hetzelfde. De meeste mensen vragen ons of we een tweeling zijn, maar we lijken niet eens op elkaar en doen nooit hetzelfde…dus lijkt me niet. Oke we doen misschien soms hetzelfde, maar dat is lang niet altijd! Toen gingen we nog meer praten, vraag me niet waar het over ging. Het enige wat je mag weten zijn de eerste paar regels, en dat ging zo, Emy begon:”Heb jij een leuke dag gehad?” Ik zei dat ik een leuke dag had gehad, en ik vroeg toen:”Wat heb jij vandaag gedaan?” En Emy antwoordde dat ze een huisje had geknutseld van takjes en bladeren , en zo gingen we door met kletsen.

Terug naar huis

Toen het stopte met onweren was het al licht te worden. We stopte met praten, zeiden elkaar gedag en gingen naar huis. Toen ik thuis was, waren mijn ouders woedend. Aller eerst omdat ik niet thuisgekomen was, ten tweede dat ik onder een boom ben gaan schuilen dat dus niet zo’n goed idee was. En ten derde omdat ik nu kletsnat was. Ik kreeg huisarrest, ik deed alsof het me niet uitmaakte maar toen ik op mijn kamer was zat ik te mopperen, nu kon ik niet naar Emy toe.

De ontsnapping

Ik stopte met mopperen en ging een plan maken om uit huis te ontsnappen, ik ging naar beneden. Ik zag Blaffer onze hond door het kattenluikje gaan en dat Kiekeboe onze kat hem achtervolgde, net als detective Snak op zoek naar de dader uit mijn boek….zou ik ook door het kattenluikje passen? De deur is op slot dus het is mijn enige kans, alleen nog een goede smoes verzinnen…verzin ik dan wel, operatie ontsnapping gaat van start. Ik zag dat Kiekeboe weer naar binnen kwam, ik duwde haar weer naar buiten en ging er zelf achteraan, mijn moeder kwam heel toevallig langs, en vroeg toen streng:”Wat ben jij aan het doen?” En toen zei ik:”Kiekeboe is door het kattenluikje gegaan.” mijn moeder keek heel verbaast en ging weg, ik vond mezelf heel erg stom, Kiekeboe is een kat! Ik keek of de kust veilig was en ging door het luikje, met veel moeite dan.

Op zoek naar Emy

Ik was ontsnapt nu alleen nog naar Emy. Emy woont in de buurt van de oude molen, ik vind het een vreselijk griezelige plek. Maar ik moet er wel langs anders kom je niet bij het huis van Emy. Nu ben ik bij de oude molen, goed inademen en uitademen en nu heel snel erlangs. Nu alleen nog even doorlopen en ik ben bij het huis van Emy. Toen ik aanklopte deed de moeder van Emy de deur open. “Waar is Emy?” Vroeg ik, “Bij de boerderij, om eieren te kopen.” zei de moeder van Emy. Ik zei haar gedag en ging naar de boerderij. Het was een lange tocht. Terwijl ik naar de boerderij ging deed ik dat ik detective Snak was. Het was best spannend, eerst moest ik het raadsel oplossen van de verdwenen muts (die had ik dan in een boom opgehangen) en moest ik kijken van wie die muts was (van mij natuurlijk). Toen ik dan toch eindelijk op de boerderij was aangekomen vroeg ik aan de boer of Emy er nog was, maar toen ik hoorde dat ze niet eens langs gekomen was vond ik het wel vreemd, Emy doet echt altijd alles wat ze zegt…tenzij ze is ontvoerd of opgegeten door een reusachtige sprinkhaan! Of opgeslokt door het koffertje van Meneer Konijn (Meneer Konijn is een knuffel van mij)! Even alles op een rijtje: gisteravond zat ik onder de boom en Emy in de boom…verdacht, vandaag kreeg ik huisarrest…ook niet normaal, ik ging door het kattenluikje vandaag…doe ik ook nooit, Emy is niet naar de boerderij gegaan maar doet altijd alles wat ze zegt…dat is ook nooit eerder gebeurt…dus Emy doet toch mee aan een complot! Een complot waar iedereen opeens verdwijnt en dan ook nog mysterieuze dingen doet, ik wist het wel! Ik heb Emy nooit echt vertrouwd, weet je ze is toch nog officieel mijn beste vriendin, ook al is ze mijn vijand. Ik ga opzoek naar Emy! Eens even zien waar ze zou kunnen zijn…hmm…misschien in de buurt van de vulkaan, ik ga kijken! Het was wel saai om zonder Emy door het bos te gaan maar ik was toch eindelijk bij de vulkaan aangekomen. Het was zo’n steile vulkaan met hier en daar een richel of een uitstekende rots…en ook wel wat groen ergens tussen de rotsen. Huh, ik hoorde stemmen. Eentje klonk een beetje als die van Emy en de andere kende ik niet. Even kijken hoor, ik zag een lange gestalte en een korte gestalte. Ik kwam dichterbij en nog dichterbij en nog dichterbij tot een van de gestaltes me hoorde en er vandoor rende, de kleine gestalte bleef staan, ik keek wat beter en krijg nou wat! Het was Emy! Zij zag mij ook en liep naar me toe “Wie was dat?” Vroeg ik. “Wie was wat?” Vroeg Emy.

Onrust in de smidse

Ik keek haar verbaast aan en zei niets,want ik had toch echt een andere gestalte gezien. “Wat doe jij hier eigenlijk?” Vroeg ik. “Oh, een beetje rondhangen…” Was Emy’s antwoord. Ik vond het allemaal wel vreemd…nou ja het waren mijn zaken niet. “Kom je mee verstoppertje spelen met de andere dorpskinderen?” Ik hoopte maar dat ik dit gebeuren allemaal snel weer zou vergeten. We gingen terug naar het dorp en hadden het over van alles, maar het beeld van de lange gestalte en Emy kon ik maar niet uit mijn hoofd krijgen. Ik ging naar huis om naar bed te gaan, het was een leuke avond geworden alleen dat ik dan nog meer straf had, was niet echt een plezier…maar dit keer geen huisarrest. Ik sliep snel, want ik had in plaats van een normale kaars een kaars met een geurtje van lavendel aangestoken. Volgende morgen precies hetzelfde liedje, geen Emy, Emy gevonden bij de vulkaan, enzovoort enzovoort. Zo verstreken er vier dagen, het was ondraaglijk. Eindelijk…Emy was de vijfde dag thuis, ik vroeg of ze misschien naar de vulkaan wilde om pandabloesems te plukken, ze zei ja.Dus daar gingen we, ik met een tas jamtaartjes en lucifers, en Emy met… eigenlijk niks. We waren bij de vulkaan aangekomen, hij leek nu groter dan normaal. We begonnen aan de klimpartij. Het duurde erg lang maar toen we de verlaten smidse zagen konden we er op rekenen dat we bijna bij de top van de vulkaan waren. We liepen van richel naar richel naar de smidse toe. De smidse was al jaren leeg, al wel 143 jaar. Toen we dan in de smidse waren was het vreselijk donker, ik deed de fakkels aan met lucifers uit een luciferdoosje die ik had meegenomen. Het werd al lichter in de smidse en we konden allemaal gereedschap van de vroegere smid zien en…”Wie heeft hier het licht aangedaan?” Hoorde we een stem bulderen. Een man kwam naar beneden en keek naar ons, ik durfde niks te zeggen maar Emy wel:”Um, we konden niks zien, dus daarom deden we het licht aan…en we dachten dat hier niemand was. En dat we dan hier even konden rusten?” zei ze terwijl ze trilde. De man keek ons wantrouwig aan. Daarna negeerde hij ons, pakte iets waarmee hij het begin van een zwaard vasthield en ging het afmaken in heel hete, ik weet niet wat, want ik werk niet in een smidse. Na een tijdje vroeg ik:”Hoe maakt u dat?” De man zei niets en ging gewoon weer verder. “Ik ben Ellis. En…hoe heet u?” Vroeg ik. “Kolen…” Zei de man…”…Wat waren jullie aan het doen?” Vroeg Kolen. We waren even stil en Emy zei toen erg verlegen:”Eh…we wouden pandabloesems plukken, maar we waren toen moe geworden en gingen hierheen.” Kolen keek ernstig. “Ik denk niet dat je hier nog veel van die bloesems zult vinden..”Zei Kolen. “Waarom niet?” Vroeg ik. “Ik heb geen idee, er groeien steeds minder pandabloesems op de top van de vulkaan.”

Op de vulkaan

Emy en ik keken geschrokken en verbaast naar Kolen. Helemaal op de vulkaan geklommen voor niets! Ik weet niet wat Emy dacht maar wel wat ik dacht, namelijk: We gaan weer terug naar huis en dit alles vergeten. Maar toen Emy dus zei dat we nog wel even wilde blijven had ik niet echt een keuze. Dus ik ging door met vervelen. Terwijl Emy lekker zat te kletsen ging ik rond kijken wat er allemaal in de smidse te zien was…gereedschap…en nog meer gereedschap…en wapens…niet dat je die hier nodig hebt! Ik zag ook een paar foto’s ik liep ernaar toe om ze beter te bekijken, ik zag op een van de foto’s Kolen die toen nog een kleine jongen was en op andere zag ik een familie en een wolf, op de rest van de foto’s kon ik niet goed zien wat er op stond. Ik keek naar Kolen en Emy, die zaten nog steeds lekker te kletsen. Ik verveelde me, en dan kan vijf minuutjes echt een eeuwigheid duren…en toen eindelijk waren ze klaar. We zeiden Kolen gedag en ik stelde voor om toch even op de top te kijken, en dat deden we, we hadden de rest van de dag toch niks te doen. Ik vond die vent van een Kolen echt niet te vertrouwen. We waren bij de top aangekomen, en kijk daar waren nog genoeg pandabloesems. Emy wou er dus drie meenemen, een voor haarzelf, een voor Amaya en een voor haar moeder. Het was wel erg gevaarlijk om er een te plukken, laat staan drie. Ik zag er een die je net kon plukken, ik riep Emy en zei het, zij vond het te eng om hem te plukken…dus deed ik het maar. De rest van de dag was het erg saai, ik was een beetje aan het rondhangen en Emy zat een boek te lezen op een laag muurtje. Het was een vreselijk saaie middag en ik keek of ik Tinea en Talaila zag. Ze waren nergens, jammer dan kon ik ze niet irriteren. De volgende dag was het ook niet beter, ik speelde een beetje met Kiekeboe’s staart, dat begon Kiekeboe te irriteren en dat liet ze duidelijk merken, dus stopte ik. Ik ging met Blaffer maar uitlaten want dat moest ook gebeuren. Ik kwam Hisse nog tegen, dat is een jongetje met zo’n bril, je weet wel zo iemand die alles denkt te weten. Ik verstopte me voor Hisse want als hij begon te praten, kon je hem gewoon niet meer stil krijgen. Helaas hij had me al gezien en riep:”Hé, Ellis daar ben je ik zocht je al.” Hij liep naar mij toe en stond stil, Blaffer (die Geen fan van Hisse was) blaftte naar hem, en Hisse deinsde achteruit.”We gaan met de veel van de dorpskinderen picknicken, ga je ook mee?” Zei hij terwijl hij Blaffer wantrouwig aankeek. Ik keek hem verveeld aan en zag gewoon dat hij een potje met me stond te liegen. En dan is er nog iets wat jullie niet weten, namelijk dat Hisse een oogje op me heeft! Ik kwam uit m ’n struik en keek Hisse recht in de ogen, die onder de glaasjes van die bril zaten. “Ik ga niet mee,” ik zei het een beetje binnensmonds “Trouwens ik weet heus wel dat je dat zegt omdat je gewoon tijd met mij wil doorbrengen.” Hisse keek een beetje teleurgesteld en sjokte verder. Ik kreeg toch medelijden en riep:”Wacht! Hisse, wacht!” Ik rende naar hem toe .”Ik ga toch mee.” Hij lachte dus ik lachte. We liepen naar de geheime picknickplek van de dorpskinderen. Als je via Meneer Bedlieder’s villa linksaf het bos in ging, zestiende boom rechts en dan tussen de struiken rechtdoor kon je een prachtige open plek vinden (niet doorvertellen!).

Bij de picknick

Ik kon de appeltaart al ruiken toen ik daar aankwam! Ik rende de appeltaart lucht tegemoet en kwam op de picknick plek aan! “Verrassing!!!” Riepen alle dorpskinderen, plus Emy… Beheersen, dacht ik bij mezelf. Ik liep naar Emy toe, ging naast haar zitten en nam een jamtaartje. De andere kinderen kletsten, maar ikke niet hoor! Ik dacht bij mezelf van: Emy moet maar als eerste iets zeggen. Emy at helemaal niets. Vreemd hoor! Dacht ik toen. “Ellis, ik moet je iets vertellen” Zei Emy langzaam. Eindelijk gaat ze over DAT complot vertellen! Maar…”Ellis zoals je soms wel merkt ben ik vaak weg,” Ik knikte glimlachend alsof er niets aan de hand was (NEE, helemaal niet). “dat komt omdat ik naar school ga!” Ik verslikte me in mijn zesde jamtaartje. “Wa-wat zei je daar?” Zei ik met grote ogen. Er was dus geen complot? En niemand was opgeslokt door het koffertje van Meneer Konijn (pfieuw, gelukkig)? Ze ging nu dus naar school (ja hoor, WAT een smoes). Ik ken intelligentere mensen dan Emy die NIET naar school gaan. Ik keek Emy zwijgend aan. *Kuch, kuch* Afley hoestte, kennelijk had ze een koudje opgelopen. “gezondheid.” Zei Hisse terwijl hij een stuk taart in zijn mond propte.

Silvy

De Trappen Op

Het was donker, het was pikdonker, en toch moest Silvy alle trappen op om die ene kaart te pakken. Die ene kaart die zoooo belangrijk was voor mevrouw Swink dat het niet tot morgen kon wachten. Want nu moest Silvy al die lange trappen op. Als je nu denkt: Ooh, al die trapjes op, dat is wel gemakkelijk… ik ga dagelijks drie keer de trap op en af! Nou dat was niet zo gemakkelijk: Eerst moest Silvy de trap naar boven nemen, daarna de trap die naar de keuken leidt, dan ga je de linkertrap op die weer naar een ander trappenhuis leidt. Dan ga je via dat trappenhuis naar de deur links van de deur waar je was binnengekomen, dan ga je nog meer trappen op, en als je dan een deur met een soort van kringeltje erop ziet moet je daar naar binnen gaan en dan alleen nog de trap naar de toren. Dus je moest alles goed onthouden anders verdwaalde je! De kaars was bijna opgebrand, maar Silvy was bijna in het hoogste torentje, ze hoefde alleen nog maar de de laatste acht treden op. Silvy kwam aan de hendel van de deur, de deur kraakte toen ze eraan kwam. Piepend deed ze de deur open. Je kon de grote leunstoel vlakbij het bureau niet eens zien, laat staan een kaart! Op de kaars hoefde Silvy niet te rekenen, want die was inmiddels opgebrand…gelukkig had ze nog een zaklamp bij zich. Ze pakte de zaklamp tevoorschijn en deed hem aan. De zaklamp knipperde even maar daarna scheen het door de kamer! Silvy moest even wennen aan zoveel licht! Ze kon de boekenkast en het bureau al zien…ze kon het kleed zien en de kandelaars waar de kaarsen in zaten kon ze ook zien! Maar geen kaart…waarschijnlijk lag het weer ergens onderaan, achter of tussen de boeken. Voorzichtig zocht Silvy in de boekenkast, maar geen resultaat. Silvy vond alleen maar stoffige oude boeken en zelfs een paar boeken waar alle blafzijdes eruit vielen. Die kaart kan toch niet weggelopen zijn. Dacht Silvy. “Mevrouw Swink zou niet blij zijn als ik het niet bij me heb als ik straks naar beneden kom.” Dat was het moment dat ze een vreemd geluid vanuit de kast achter haar hoorde…Silvy liep er naar toe en deed de deur open…tot haar grote verbazing kwamen er allemaal vleermuizen uit!

Suiker

Silvy was erg geschrokken! Dat kun je je wel voorstellen als je de deur van je kast open doet en er komen allemaal vleermuizen uit terwijl er nooit iets vreemds met die kast aan de hand was! Maar goed, Silvy was dus erg geschrokken en viel hard op de grond. Ze wreef over haar bips. “Die heeft nu een blauwe plek!” Ze probeerde op te staan maar haar knieen knikten nog! Silvy kroop naar het bureau en ze gebruikte het even als steun. Waar kwamen die beesten vandaan? Dacht Silvy. Ze had werkelijk geen idee. Misschien uit een land hier ver vandaan of was het allemaal een droom. Ach ja, wie weet! Wat kon het haar ook schelen ze moest die kaart vinden nog voor het licht was! En toen ze op haar horloge keek had ze nog 5 uur om hem te zoeken. De uren verstreken en net voor het laatste uur in wou gaan vond Silvy de kaart onderaan de puinhoop die ze ondertussen had veroorzaakt! Ze liep weer alle trappen af naar beneden, zonder er aan te denken wat er allemaal gebeurt was. Mevrouw Swink zat in stoel in het zonnetje op het terras. Toen Silvy op het terras was gaf ze Mevrouw Swink de kaart. “Wel wel, je hebt de kaart toch gevonden waarvan ik dacht dat ik hem had weggegooid…” Zei ze op een opgewekte toon. “Het was me een genoegen mevrouw.” Zei Silvy met een neutraal gezicht, maar eigenlijk dacht ze: Laat me dat nooit meer doen. Begrepen Mevrouw? Mevrouw Swink klapte 3 keer in haar handen, “Oscar, Oscar? Waar blijft hij toch? Ik wil mijn thee!” zei ze ongeduldig. Oscar kwam er al aan lopen, het leek wel alsof hij gevochten had: Hij had overal kleine schrammetjes en rode plekjes, en plekjes alsof er klauwtjes hadden gezeten. “Jij bent ook altijd te laat. En nu ben je zelfs vergeten om suiker in mijn thee te doen!” riep mevrouw Swink op verwijtende toon. “Silvy wil jij even een pakje suiker halen? Het staat in het linkerkastje bovenin.” Zei ze daarna. “Ja mevrouw. Ik weet waar het suiker staat.” Zei Silvy moe. Silvy liep naar de keuken. En liep naar het ‘suiker-kastje’, zo noemde ze het kastje waar alle zoete dingen stonden, waaronder de suiker. Silvy moest vroeger altijd het keukentrapje gebruiken om bij de suiker te kunnen (want Oscar vergat wel vaker de suiker in de thee te doen), maar nu kon ze er wel bij, alleen moest ze wel op haar tenen staan om erbij te kunnen. Nu Lenan er niet meer was had veel meer klusjes, eerst was het alleen maar kleren wassen en de afwas doen maar nu moest ze ook nog dingen zoeken op plekken waar ze eerst helemaal niet mocht komen! Silvy deed het ‘suiker-kastje’ open en pakte de suiker… en P-A-K-T-E de suiker. De suiker stonde er niet! Ik hoop niet dat we gister de suiker vergeten zijn te kopen! Ik heb nog gekeken of we nog suiker hadden! Dacht Silvy in paniek. Mevrouw Swink lust haar thee niet zonder suiker! O, wat moet ik nu doen? Plotseling zag Silvy allemaal glimmende witte korreltjes op de grond liggen, eerst viel het niet op, maar dat kwam door de paniek. Silvy ging op haar buik liggen om de glimmende witte korreltjes beter te kunnen bekijken, ze pakte een van de korreltjes op en hield het vlakbij haar oog, ze kneep een oog dicht. Het was suiker! Silvy schrok. Hoe kwam de suiker op de grond? Silvy rende de tuin in en bracht Mevrouw Swink op de hoogte. “Mevrouw Swink, de suiker is op.” Mevrouw Swink leek niet verbaast.”Ik dacht dat Oscar gister spullen ging kopen die we nodig hadden.” Oscar keek op het boodschappenlijstje dat hij gister had gemaakt. “Melk, boter, kaas, ham, brood, eieren, zout, karnemelk, crackers, frambozen en sinasappels. Geen suiker… Silvy jij zei dat we nog suiker hadden.” Oscar keek Silvy aan, die het plots helemaal warm kreeg. “W-we hadden toen nog suiker. Ik, ik weet het zeker!” Zei Silvy stotterend. “Waar is het nu dan?” Mevrouw Swink klonk wat bozer dan daarnet. “I-ik weet het niet mevrouw! Echt niet”

Plannetje

Silvy had huisarrest. Oscar en Mevrouw Swink dachten allebei dat Silvy het laatste beetje suiker zelf had opgesnoept. Silvy was boos dat ze dat dachten, ze had nog zó uitgekeken naar het weekend, maar nu kon ze dus niet naar de tuin van Mevrouw Bolleva. Silvy hielp Mevrouw Bolleva altijd met het tuinieren, maar deze keer niet. Silvy zuchtte, wat kon ze nu doen? Ze had in haar eigen kamertje al haar spullen opgeruimd, ze had de verwarming aangedaan en al gegeten. Maar nu had ze niets te doen. Misschien… nee, dat zou geen goed idee zijn. Maar misschien zou het wel lukken. Silvy zou stiekem naar buiten kunnen gaan en kon dan toch Mevrouw Bolleva met haar tuin helpen! Alleen zou het geen goed idee om via de voordeur te gaan, dan maar via de achterdeur… die deur was sinds vier jaar geleden al niet meer gebruikt. Silvy moest even nadenken hoe ze daar ook alweer kwam. Ze wist de weg wel tot het deurtje van de bibliotheek… waar ze trouwens ook al een jaar niet was geweest omdat ze niet veel las. Silvy probeerde haar kamerdeur zo geluidloos open te doen, de deur ging open en toen ineens *KRAAK* Silvy schrok, de deur kraakte zo erg dat ze het wel gehoord hadden moeten hebben. Silvy wachtte een minuut, niets Oscar was nog niet gekomen. “Fieuw, dat was even schrikken.” Silvy liep verder. Ze deed het heel voorzichtig, Oscar had scherpe oren en ze wilde geen enkel risico lopen (letterlijk). De vloer was dan nog makkelijk, maar de trap, daarvoor moest ze oppassen.

De Achterdeur

Nog een laatste trede! Zweetdruppeltjes rolden over Silvy’s wangen. Je kan het Silvy! Silvy probeerde positief te blijven, maar dat werd met elke trede lastiger. De tredes kraakten verschrikkelijk en het was al lastig genoeg om voorzichtig te zijn, maar dan daarbij ook stil zijn?! Nee, dat was niks voor Silvy. Stil zijn, stil zijn, stil zijn… voor Silvy was dit een echte uitdaging omdat ze nooit stil kon zijn. *KRIEK* daar kraakte weer een trede. Deze keer moest Oscar het echt gehoord hebben, anders zou hij zichzelf niet zijn. Silvy stond stil, ze was bang dat ze haar betrapt zouden hebben en wou weer zo snel mogelijk naar haar kamertje rennen. Maar dat kon niet, niet nu ze de trap af was. Silvy hoorde al dat er iemand aankwam, ze probeerde zo stil mogelijk te zijn. De stappen kwamen dichterbij, en toen stopte de ze ineens. Silvy hield haar adem in. De stappen kwamen niet dichterbij, en gingen ook niet weg.

Magie (Maggy, Alys, Ganue, Iniya, Efije)

Het was weer laat toen Maggy op school kwam. Goede eerste indruk op school. Ze was net verhuist en ze kende hier helemaal niemand…en haar jurk was niet gewassen. Maggy was kort voor Magellin. Ze zag nog iemand die haastig dezelfde weg als Maggy ging…waarschijnlijk ook naar school en te laat. Maggy had vannacht helemaal niet geslapen en was nu dus heel erg moe. Dat andere meisje en Maggy moesten allebei naar links Maggy lette niet op en KLAP ze botste tegen elkaar op. “Het spijt me vreselijk. Hier, je bril…” Zei Maggy en gaf de bril aan het meisje en hielp haar overeind. “Ik heet Ganue. En hoe heet jij?” Ganue gaf Maggy een hand. “Maggy” Antwoordde Maggy. De hele weg gingen ze al kletsend naar de school. Toen ze de schoolbel hoorden renden ze heel hard naar binnen, ze waren bijna bij het klaslokaal toen hij net dichtging. “Deze keer zijn we te laat!” Zei Ganue hijgend. “Ik ben al blij dat we het tot hier gehaald hebben!” Pufte Maggy. Ze legden hun spullen in hun locker en klopte tegen de deur.

IK

Op school

IK VERVEEL ME!!!!!!!

😖😖😖😖😴😴😴😴😩😩😩😩☹️☹️☹️☹️🤬🤬🤬🤬🤢🤢🤢🤢🤮🤮🤮🤮👿👿👿👿👎👎👎👎

Dat is wat ik toen dacht!!!!

Raadsels

Je hebt 28 plakbandjes aan elk rolletje kun je 72 dingen beplakken (allemaal de grootte van een schaar) elk rolletje kost 3,75 euro. Elk rolletje heeft 35%, dan gaat er bij elk tweede rolletje dat je hebt krijg je de derde gratis.

Kun jij uitrekenen wat hiervan het het antwoord is?

(graag reactie achterlaten.)